Sinds kort word ik geboeid door het fenomeen ‘ervaringsdeskundig’. Je komt op alle terreinen mensen tegen, die beweren dat te zijn: dyslexie, autisme, hoogbegaafdheid, echtscheiding, rouw. Maar zijn dit allemaal ervaringsdeskundigen? In veel gevallen hebben ze ervaring opgedaan met het bewuste verschijnsel, maar zijn ze (nog) niet DESKUNDIG.
DEFINITIE
In de tekst ‘Ervaringsdeskundig in het sociaal domein’ van Movisie vind ik de volgende definitie: “Een ervaringsdeskundige is iemand die op basis van persoonlijke en collectieve ervaringskennis in staat is deze kennis, in welke vorm dan ook door te geven aan anderen’. Kijk aan! Als kind had ik regelmatig last van blaasontsteking, maar dat maakt me beslist geen ervaringsdeskundige op dat gebied, net zomin als ik dat ben betreffende enkelbreuken, geelzucht, wondroos, oplichting en pestgedrag waar ik eveneens ooit last van had.
Op het gebied van BORE-OUT durf ik mij wel ervaringsdeskundig te noemen. Ik had er persoonlijk mee te maken, interviewde heel wat lotgenoten, las er alles over wat ik vinden kon, schreef er twee boeken over, ontwikkelde een cursus (binnenkort beschikbaar via mijn website), informeer en coach mensen erover in (Zoom)sessies, heb een workshop klaar liggen et cetera.
Door mijn onderwijs-, trainings- en coachachtergrond ben ik in staat om mijn kennis en ervaring te vertalen voor anderen en er oefeningen bij te maken. Daarmee kom ik tegemoet aan alle elementen van de Movisie definitie.
NOODZAKELIJKE AANVULLING
Ik wil er nog een element aan toe voegen: dat iemand zich pas ervarings-DESKUNDIG mag noemen, als hij voldoende afstand kan nemen tot zijn eigen ervaring. Toen ik de eerste manuscriptversie schreef voor mijn eerste BORE-OUTboek, kon ik dat overduidelijk nog niet. Ik werd nog zo in beslag genomen door mijn eigen ervaringen, mijn boosheid, verdriet en rouwproces, dat ik nauwelijks in staat was tot abstraheren. Ik bleef hangen bij mezelf, waardoor ik voor anderen weinig kon betekenen. Had – ondanks dat ik het nodige over het thema las en al heel wat lotgenoten sprak – wel ervaring, maar was beslist nog niet ‘deskundig’. Die versie belandde daarom in de versnipperaar. Blijkbaar moest ik door dat proces heen om te kunnen wat ik eigenlijk wilde: een boek schrijven waar vooral anderen iets aan hadden.
Dat boek is er nu, het zijn er zelfs intussen twee en ik denk absoluut dat ze voor anderen, begeleiders zowel als personen met bore-outervaringen van betekenis kunnen zijn, onder andere door de weg die ik zelf heb afgelegd. Afstand nemen om zo – na verloop van tijd – weer dichterbij te kunnen komen!



Soms is opstappen inderdaad de beste optie. Als je alles hebt geprobeerd om je probleem op een andere manier op te lossen. Dat je je zekerheid op het spel zet door te vertrekken en een dappere prestatie levert door het toch te doen, is echter maar een deel van het verhaal. Opstappen is niet voor iedereen weggelegd, ook niet als je je moed bij elkaar wilt rapen en bereid bent de sprong te wagen.
Hoe oud zou ze zijn, dat blonde meisje, dat door haar vader “Hommel” en “Witte Muis” werd genoemd? Tweeëneenhalf, drie? Parmantig naast haar moeder die haar handje stevig vasthoudt. Een mooie, jonge vrouw, gekleed in een zelfgemaakte jurk en dito jasje. Het meisje met een zelfgebreid vestje met pompons aan de touwtjes. Zulke pompons maakte ze later zelf voor het vestje van haar pop. Bleef haar moeder haar handje altijd zo stevig vasthouden of liet ze het in latere jaren langzaam vieren? Pas toen ze haar A-diploma had gehaald, mocht ze alleen naar het zwembad, want haar moeder was als de dood voor water. Zo verging het later ook haar broer.








Bij de ingang van het gebouw staat een veiligheidsagent, die haar van top tot teen, bekijkt en ze verbeeldt zich: met een afkeurende grijns. Ze durft al bijna niet meer naar boven te gaan. Waar de liften zijn, durft ze ook niet te vragen en ze loopt heen en weer, totdat ze er toevallig bij terecht komt. In haar haast botst ze tegen een vrouw met een kindje op haar arm. Dat begint te schreeuwen en ze raakt helemaal in paniek, prevelt, “Sorry, wat stom van mij!” en rent verder. Weer trekt haar buik samen van de kramp.


Ooit kwam ze in verzet tegen de onredelijkheid van haar ouders. Zo lang ze niets deed, maakte ze ook geen fouten. Daar schoot ze in door met als resultaat een grenzeloze passiviteit en gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Ze hield zich nooit aan afspraken, zelfs als ze die vrijwillig gemaakt had. Voortdurend commandeerde een fluisterstemmetje haar zich te verzetten tegen wat haar door een “autoriteit” was opgedragen. Ze wilde haar grenzen zelf bepalen. Geconfronteerd met haar gedrag, verzon ze uitvluchten om wat krom was recht te breien. Bang voor maatregelen die herinnerden aan de straffen van vroeger.