Onlangs kreeg ik verrassend veel reacties op een bericht op Linkedin. Gelukkig zien steeds meer mensen het belang van aandacht voor het fenomeen BORE-OUT. Daardoor waren de meeste commentaren geïnteresseerd en empathisch.
IS ‘GET-OUT’DE OPLOSSING…?
Slechts bij één reactie had ik vraagtekens. Volgens de bewuste persoon was ‘get-out’ de oplossing voor BORE-OUT. Opstappen van je werkplek en ergens anders je geluk beproeven. Angst voor verlies van zekerheid werd als enige reden genoemd om dat niet te doen. Die angst is ook geen kleinigheid, zeker als je als kostwinner ook verantwoordelijk bent voor anderen.
Soms is opstappen inderdaad de beste optie. Als je alles hebt geprobeerd om je probleem op een andere manier op te lossen. Dat je je zekerheid op het spel zet door te vertrekken en een dappere prestatie levert door het toch te doen, is echter maar een deel van het verhaal. Opstappen is niet voor iedereen weggelegd, ook niet als je je moed bij elkaar wilt rapen en bereid bent de sprong te wagen.
BESLIST NIET ALTIJD!
Misschien opereer je in zo’n smal werksegment dat het nauwelijks mogelijk is om elders iets passenders te vinden. Of je krijgt te maken met leeftijdsdiscriminatie, al zal niemand toegeven zich daaraan te bezondigen. Zelfs het volgen van een opleiding of cursus om je mogelijkheden te verruimen, levert op gevorderde leeftijd vaak niets meer op. Zelf kon ik als net 60-jarige met vervroegd pensioen en vertrok toen ik wist dat ik daarna tenminste nog in mijn levensonderhoud kon voorzien. Daarvoor had ik al van alles geprobeerd, inclusief solliciteren!
Tot slot kan het bore-outproces al zo ver gevorderd zijn, dat je fysiek en psychisch niet eens meer in staat bent om in actie te komen.
De dreiging van bore-out ontstaat vaak pas na verloop van tijd. Als een bedrijf dat eerst meer dan genoeg werk had, ineens zonder zit. Als een werknemer uitgekeken raakt op werk dat hij aanvankelijk met plezier deed. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij de werknemer die zijn heil dan maar ergens anders moet zoeken. Bovendien weet zo iemand niet dat hij zichzelf ziek aan het maken is.
Ook daarom is het dus nodig dat BORE-OUT een grotere bekendheid krijgt.



Hoe oud zou ze zijn, dat blonde meisje, dat door haar vader “Hommel” en “Witte Muis” werd genoemd? Tweeëneenhalf, drie? Parmantig naast haar moeder die haar handje stevig vasthoudt. Een mooie, jonge vrouw, gekleed in een zelfgemaakte jurk en dito jasje. Het meisje met een zelfgebreid vestje met pompons aan de touwtjes. Zulke pompons maakte ze later zelf voor het vestje van haar pop. Bleef haar moeder haar handje altijd zo stevig vasthouden of liet ze het in latere jaren langzaam vieren? Pas toen ze haar A-diploma had gehaald, mocht ze alleen naar het zwembad, want haar moeder was als de dood voor water. Zo verging het later ook haar broer.








Bij de ingang van het gebouw staat een veiligheidsagent, die haar van top tot teen, bekijkt en ze verbeeldt zich: met een afkeurende grijns. Ze durft al bijna niet meer naar boven te gaan. Waar de liften zijn, durft ze ook niet te vragen en ze loopt heen en weer, totdat ze er toevallig bij terecht komt. In haar haast botst ze tegen een vrouw met een kindje op haar arm. Dat begint te schreeuwen en ze raakt helemaal in paniek, prevelt, “Sorry, wat stom van mij!” en rent verder. Weer trekt haar buik samen van de kramp.


Ooit kwam ze in verzet tegen de onredelijkheid van haar ouders. Zo lang ze niets deed, maakte ze ook geen fouten. Daar schoot ze in door met als resultaat een grenzeloze passiviteit en gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Ze hield zich nooit aan afspraken, zelfs als ze die vrijwillig gemaakt had. Voortdurend commandeerde een fluisterstemmetje haar zich te verzetten tegen wat haar door een “autoriteit” was opgedragen. Ze wilde haar grenzen zelf bepalen. Geconfronteerd met haar gedrag, verzon ze uitvluchten om wat krom was recht te breien. Bang voor maatregelen die herinnerden aan de straffen van vroeger.